Preek (na)lezen zo. 21 febr.

Protestantse gemeente Scharnegoutum – Loënga

Preek (na)lezen zo. 21 febr.

Johannes 5: 1-13 – 1e zondag 40 dagentijd De Slachsang – 21-2-’21

Gemeente van Christus,

“De zeven werken van barmhartigheid” staan centraal, deze Veertig dagentijd. Vandaag als eerste: de zieken bezoeken. Dat is dus iets anders dan genézen. Beide spelen een rol en blijken met elkaar verweven te zijn in het verhaal van de verlamde man in Bethesda.
Het is een mooi en mysterieus verhaal.
Wat waarschijnlijk het meest tot de verbeelding spreekt, is die engel die zo af en toe op het toneel verschijnt en het water in beweging brengt. De zieke die zich er dan als eerste in laat vallen of erin wordt neergelaten, wordt genezen. Juist dit vers wordt in een aantal overgeleverde handschriften niet vermeld. Vandaar dat de NBV het als noot onderaan de pagina opneemt.

Het is mooi om het er wél bij te lezen. Ook al is het welbeschouwd een vreemd gebeuren: God die zo heel af en toe een van zijn engelen naar Bethesda stuurt, waarop slechts één van die vele zieken daar genezing vindt. De rest is opnieuw veroordeeld tot wachten: op het volgende moment dat de engel verschijnt. En dan maar hopen dat jij ditmaal de anderen te snel af zult zijn.
Het roept het beeld op van een God die zijn genadegaven wel erg karig uitdeelt. Bovendien zorgt deze
merkwaardige regeling ervoor dat al die zieke mensen daar elkaar als (dodelijke) concurrenten gaan zien.

“Bethesda” betekent “huis van genade”. Maar al met al gaat het er nogal genadeloos aan toe, daar in die vijf zuilengangen.
Toen ik jaren geleden in Jeruzalem was, wees onze gids precies deze plaats aan: “Het is een van de weinige opgravingen waarvan men met zekerheid kan zeggen dat het inderdaad om deze plek, Bethesda, gaat”, zei ze. Dat vond ik wel een bijzondere gewaarwording!
Jezus komt er langs als hij via de Schaapspoort Jeruzalem binnen gaat om er als pelgrim een van de grote Joodse feesten te vieren. Te midden van alle andere zieken ziet hij daar een man liggen, van wie hij weet dat hij al 38 jaar (!) lang ziek is.

Het verhaal draait om de vraag wat er zich nu afspeelt in de ontmoeting tussen deze twee. Ik geef u het antwoord alvast. Mijn antwoord, beter gezegd: Jezus geeft in deze ontmoeting deze man uiteindelijk terug aan zichzelf. Zó zouden we zijn genezing, zijn heelwording kunnen omschrijven. En die begint ermee dat Jezus hem ópzoekt. En hem ziet (!).
Jezus spreekt hem aan met een op het eerste gehoor uiterst vreemde vraag: “Wil je gezond worden?”
Bizar, toch? Natúúrlijk wil die man gezond worden, zou je zeggen.

Maar bij nader inzien is precies deze vraag én het antwoord dat erop gegeven zal worden, cruciaal voor wat er verder zal volgen. Het is namelijk nog maar de vraag of iemand die zó lang ziek is geweest, 38 jaar lang in dit geval, iemand die al zolang in een bepaalde situatie heeft vastgezeten, die zich daarin gaandeweg steeds meer afhankelijk heeft gemaakt van anderen, van een ander die hem in dat water zou moeten neerlaten en dan ook nog als eerste, omdat ie anders te laat is, iemand die bovendien van zichzelf zegt: “Ik heb niemand! Er is niemand die naar mij omziet, die er voor mij wil zijn om mij in dat water te laten…”, –

of in zó iemand nog werkelijk de wil aanwezig is om genezen te worden. Of er in hem nog wel iets brandt van het verlangen om als een gezond, heel mens de wereld weer in te gaan.

Als dat verlangen niet aanwezig is, zal het blijkbaar niet mogelijk zijn voor hem om te genezen. Dat is heel opvallend in dit verhaal: dat Jezus hem niet vraagt naar zijn gelóóf. Maar of er in hemzelf de wil om genezen te worden nog aanwezig is. Om een nieuw begin te maken.
Deze man heeft zich – nogmaals – helemaal afhankelijk heeft gemaakt van “een ander” die hij nodig denkt te hebben om te genezen.
Zodat hij die kleine hel op aarde die Bethesda is, zeker als de engel komt en het water in beroering brengt, achter zich zou kunnen laten. Want juist op dát moment is het ieder voor zich. Een ware survival of the fittest. In een van mijn vorige gemeenten hoorde ik een vrouw tot mijn grote vreugde praten over haar bezoek aan “de terminale baden” in Nieuweschans. Een mooie verspreking!
Het vraagt niet zoveel fantasie om je voor te stellen hoe het er aan toeging als het water in Bethesda begon te borrelen: ellebogenwerk, enorm gedrang, mensen in de verdrukking, onder de voet gelopen, vertrapt. Ieder voor zich, de sterksten vooraan.

Bethesda is een afspiegeling van hoe in feite elke samenleving in elkaar steekt. Maar dan sterk uitvergroot.

Een situatie waarin het heil alleen maar bereikbaar is als jij de anderen vóór bent. Maar de anderen zijn jóu altijd voor. Nu eens de een, dan weer de ander. Maar jij bent altijd te laat. Omdat jij niemand hebt, die jou wil dragen.
In die laatste gedachte zit de crux, denk ik: deze man zoekt de genezing, het heil, buiten zichzelf. Een ander moet hem het water van genezing in dragen. Maar dié ander komt niet. En daarom ligt hij daar al 38 jaar.

Edwin Friedman was rabbijn en gezinstherapeut. Hij heeft o.a. een boek geschreven met korte verhalen. “Fabels van Friedman” heet het. Verhalen over loslaten.
De eerste fabel heet “De brug”.
Het gaat over een man die lang op zoek is naar de bestemming van zijn leven. Uiteindelijk weet hij waar hij het zoeken moet en gaat op weg. Hij komt door een stad en in die stad loopt hij over een brug, hoog boven een rivier. Een man komt hem tegemoet; hij heeft iets om zijn middel gewikkeld. Het blijkt een touw te zijn. Als hij vlakbij is, wikkelt hij het een stukje af en zegt: wilt u dit uiteinde voor mij vasthouden, alstublieft? Dank u wel. Goed vasthouden hoor! En vervolgens springt hij over de zijkant naar beneden. 
De ander schrikt enorm. “Hou goed vast, roept de man. U moet mij redden. Als u loslaat, ben ik verloren!”

Er ontstaat een hele woordenwisseling waarin de man op de brug probeert om de ander over te halen mee te werken en weer naar boven te komen, maar deze weigert alle medewerking: ú moet mij redden. Als ú mij loslaat, ben ik verloren.
Op een bepaald moment, als zijn krachten om de man vast te houden het definitief dreigen te begeven, schiet hem iets te binnen: het is mijn leven of dat van die ander. Luister goed, zegt hij tegen de man die daar beneden hangt. Ik accepteer het niet dat u mij verantwoordelijk hebt gemaakt voor uw leven. De verantwoordelijkheid voor uw leven geef ik u hierbij terug.
Wat bedoelt u, roept de ander bang.
Ik bedoel dat de keuze aan u is: u beslist zélf hoe uw leven verder zal gaan. Ik wil het contragewicht zijn. Maar dan is het wel aan u om zichzelf langzaam maar zeker weer omhoog te trekken. Anders vallen we allebei.

Dat kunt u niet menen, gilt de ander bang. U moet mij redden! Zo egoïstisch bent u toch niet? U bent verantwoordelijk voor mij! Laat me toch niet vallen!
De man op de brug wachtte nog een tijdje, maar er gebeurde niets. 
“Ik accepteer uw keuze, zegt uiteindelijk. En hij maakt zijn handen vrij.

Heftig verhaal , nietwaar? Maar het illustreert helder hoe het soms kan gaan: mensen die zich helemaal 
afhankelijk maken van (de hulp van) een ander. Jij moet mij redden. Maar dat “red” jij niet. Uiteindelijk kan een mens niet een ander mens redden. Je kunt wel proberen om er voor die ander te zijn: als contragewicht. En de ander te bemoedigen. Aan te sporen. Maar de ander moet zélf naar boven komen. Als hij of zij dat weigert, houdt het vroeg of laat op.
In ons verhaal zie je dat heel beeldend gebeuren: wil jij genezen worden, vraagt Jezus. Wil jij werkelijk genezen worden en een nieuw begin maken!!! Dat is de cruciale vraag.
Als het antwoord “ja” is, zegt hij tegen de man: Sta op. Niet als een bevel. Maar eerder zachtmoedig, een aansporing: toe maar. Sta maar op. Maar jij zelf bent wel degene die moet opstaan. Ik kan jou niet laten “opstaan”. Sommige dingen in het leven kan een ander niet voor je doen. Die moet je zelf doen. En als je die dingen wérkelijk wilt, dan kun je ze.

In die Zeven werken van barmhartigheid licht altijd op een of andere manier iets van Opstanding op.

Een ander kan jou niet “redden”. Een ander kan jou wel zien. Jou opzoeken. En aanspreken.
Jou “opwekken”: Sta op…. Met ander woorden: neem je leven in de hand, toe maar. Je bent er sterk genoeg voor, ook al denk je van niet. Voel je niet langer slachtoffer in die ratrace waarin je terecht bent gekomen. In die survival of the fittest, waarin “de anderen” altijd sterker zijn dan jij. Sneller zijn dan jij. Knapper of succesvoller zijn dan jij. Gezonder of gelukkiger zijn dan jij.
En jij, ach het leven heeft jou bij lange na niet gebracht wat je ervan had gehoopt of verwacht, terwijl de anderen…….
Dat zijn allemaal heilloze gedachten en gevoelens, waar je helemaal niets mee opschiet. Die jou uiteindelijk alleen maar verder en verder zullen verlammen(!) Zó verlammen, dat je aan jouw leven helemaal niet meer toekomt.
Is dat wat je wilt?

Waarmee uitdrukkelijk niét gezegd wil zijn dat je als mens helemaal op jezelf bent teruggeworpen.
Maar wél dat je soms zult moeten leren om weer met andere ogen naar jezelf te kijken. Daar kun je heel goed iemand anders voor nodig hebben, die jou daar de ogen voor opent. Die je wakker schudt. Maar uiteindelijk ben jij zelf degene die moet opstaan. Die de stap moet zetten.
Leer met andere ogen naar jezelf te kijken. Je bent oneindig veel meer waard dan jij zelf soms denkt. Dat is geen goedkope quasi-psychologische peptalk. Maar een geloofsuitspraak. Je bent kostbaar in Gods ogen. Kun je jezelf ook weer opnieuw met die ogen zien?
Jezelf als het ware als door Gods ogen leren zien?

“Omdat ik van me hou”, een van de mooie liedteksten van Liselore Gerritsen gaat daarover. Ik citeer er twee coupletjes van:

De dag komt me begroeten / de wereld aan mijn voeten
M’n voeten hebben vleugels (!) / m’n hart is zonder teugels
Ik open al mijn deuren / voor de dingen die gebeuren/
omdat ik van me hou

je zult het niet geloven / maar ik zal op water lopen
gewichtloos zonder vragen / het water zal me dragen
het water, dat zal stromen / naar zeeën van mijn dromen
omdat ik van me hou.

Mijn voeten hebben vleugels, omdat ik van me hou,- dat is, in mijn beleving, preciés wat hier gebeurt, in deze ontmoeting tussen Jezus en de man die 38 jaar lang verlamd was: zijn voeten krijgen vleugels, omdat Jezus hem aan zichzelf heeft terug gegeven. Hem met nieuwe ogen heeft leren zien. Hem heeft leren houden van zichzelf.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *